Belgische constructeurs – R

RADAR Robert (C.E.C.)     1960

De Citroën 2 pk inspireerde kleine onafhankelijke constructeurs tot talrijke originele creaties. De Belgische roadster C.E.C. te danken aan Robert RADAR bleef een originele Belgische interpretatie van de 2 pk in de jaren 1950/1960 (een cabrioletversie met twee portieren, twee zitplaatsen en zeer laag).

R.A.L. (Automobiles RASKIN)     1908 – 1914
rue Frédéric Nyst 58, Luik

De wagens van R.A.L., initialen van RASKIN AUTO LIEGE, werden gebouwd met talrijke onderdelen uit Frankrijk en hadden de reputatie om bijzonder zuinig te zijn. De techniek van gewichtsvermindering werd toegepast, een chassis van R.A.L. woog nauwelijks meer dan 475 kg, en met een aerodynamische carrosserie met afgeronde vormen in een tijdperk waar men niet veel wist van de invloed van lucht op de verplaatsing van voertuigen kan men RASKIN beschouwen als een pionier. Zijn kleine wagens met een monoblok viercilindermotor van 1593 cc of 1743 cc, gevoed door een ZENITH carburator en met magneto ontsteking bereikten een snelheid van 75 km/u met een voor die tijd laag verbruik van 8,5 liter benzine per 100 km.

De R.A.L. wagens waren leverbaar in drie carrosserievarianten:
   – het model Z, een torpedo met twee zitplaatsen
   – het model X, een torpedo met vier zitplaatsen
   – het model U, een gesloten coupé met twee zitplaatsen.

Alhoewel er verschillende opties aangeboden werden tegen meerbetaling, hadden alle door RASKIN voorgestelde wagens een bijzonder verzorgde afwerking. De hemel van het dak was bekleed met fijn gepolijst hout en de spiegels van de gesloten wagens hadden geslepen randen, zoals een kwaliteitsspiegel. De tweezitter torpedo werd in 1913 te koop aangeboden voor 5300 Bfr.

De oorlog maakte definitief een einde aan de automobielproductie bij R.A.L. en na de wapenstilstand in 1918 werden de fabrieken RASKIN omgebouwd voor de productie van persen.

Wikipedia

RANGER (General Motors Continental)     1970 – 1976
AntwerpenRanger1.jpgRanger     © Historicar

De Belgische RANGER, afgeleid van het Zuid-Afrikaans prototype, werd in Antwerpen voor de Europese markt gebouwd door General Motors Continental. Re RANGER, die uitgerust was met Opel motoren, een viercilinder (1897 cc) of een zescilinder (2,5 liter en vanaf 1974 een 2,8 liter), en met een vierversnellingsbak werd aangeboden als gesloten auto met 2 of 4 deuren, later als Coupé met de 2,8 liter met dubbele carburator die 143 pk ontwikkelde. Een automatische versnellingsbak werd in optie aangeboden. De RANGER stond tot in 1976 in de catalogus.

RING PB 3 (Ring Engineering)     1980
Van Halmalestraat 18, Antwerpen

De RING PB 3 is een Belgische Formule 3 wagen die ontworpen werd door twee enthousiaste Antwerpenaren, de ingenieur Pascal BOLMUT en de mechanieker Lucien PASCHAEL, vennoten van de “RING ENGINEERING INTERNATIONAL FORMULA RACING CARS CONSTRUCTIONS”. Voordeel halend uit de medewerking van de monteur Rudy VANDENBOSSCHE en van de Zuid-Afrikaan Patrick KRUGER, een oudgediende van de Formule 1 renstal van John SURTEES, werd deze F3 geassembleerd en gerealiseerd in een oude Antwerpse fabriek voor schuimplastic die omgebouwd werd tot een werkplaats voor fijnmechaniek.

De RING PB 3, uitgerust met een in Italië door NOVO MOTOR geprepareerde TOYOTA 2000 CELICA motor, beschikte over een ophanging met een chroom-molybdeen buizenstelsel, supersterke F2 remmen, een veiligheidstank in rubber en een optimale stroomlijn voortgekomen uit luchtvaartexperimenten. Het prototype 001 had ontegensprekelijk genoeg om te verleiden met zijn nauwelijks 50 cm brede zelfdragende gestroomlijnde carrosserie, zijn versterkte beschermingszone voor de piloot in geval van een frontale aanrijding, antirolstangen die regelbaar waren tijdens het rijden en een zelfdragende constructie zodat de motor in ongeveer 15 minuten gewisseld kon worden. De constructie van de wagen was een succes maar wat is er nadien gebeurd met de RING PB 3, ontstaan uit de inspanningen van enkele gepassionneerden?

RITTER (S.A. Garage de la Cloche)     1975 – 1980
rue de Hollogne 103/111, Jemeppe – Luik

Onder de merknaam RITTER werden “duin-BUGGIES” gebouwd die een zeker succes kenden.
De RITTER buggy werd gekenmerkt door een polyestercarrosserie die gemonteerd werd op het onderstel van een VW kever. De meer sportief ogende korte buggy werd bekomen door het chassis met 273 mm te verkorten, een aanpassing die uitgevoerd werd in een gespecialiseerde werkplaats. Het voertuig werd afgeleverd ofwel compleet gemonteerd ofwel als zelf te bouwen carrosseriekit en talrijke opties waren beschikbaar (brede velgen, speciale uitlaat etc…).

In 1980 omvatte het RITTER gamma meerdere modellen: “BULL”, “TARGAFGHAN”, “DACKELS” en “KIT VW RITTER”. De motor die meestal gemonteerd werd was een luchtgekoelde VW 4 cil. 1600 cc. die 50 pk DIN ontwikkelde en een topsnelheid van ongeveer 130 km/u toeliet.

ROUEL     1980
Luik

De Luikse ingenieur Claude ROUEL bouwde in 1980 een Formule FORD met de naam “L’HIRONDELLE”.
Gesponsord door F.N. en bestuurd door WANSART nam deze wagen deel aan het BENELUX kampioenschap en behaalde punten in het Formule FORD kampioenschap.

ROYAL STAR (S.A. Société de Constructions Mécaniques)     1902 – 1910
Jan Breydelstraat 80, Antwerpen

De “Société de Constructions Mécaniques”, in 1902 opgericht door DODELINGER, begon onder de merknaam ROYAL STAR met de productie van motorrijwielen met een verticale, luchtgekoelde ééncilindermotor van 2 of 3 pk.

Op het Salon van Brussel stelde ROYAL STAR in januari 1904 zijn eerste wagens voor die uitgerust waren met één-, twee- of viercilindermotoren. In 1906 kwamen er nog twee zescilinders met 29 pk en 37 pk met dubbele ontsteking. De overbrenging was op alle modellen met een cardanas. Deze Antwerpse firma ontwikkelde zich snel en had vanaf 1907 een productiecapaciteit op jaarbasis van 300 chassis voor voertuigen en 1500 motorfietsen in een fabriek met een oppervlakte van 10.000 m² en 300 arbeiders.

In 1910 vormde de maatschappij zich om tot “Société Anversoise pour la fabrication de Voitures Automobiles”, afgekort S.A.V.A., en behaalde nieuwe successen op zowel commerciëel als sportief vlak. Uiteindelijk werd zij eind 1923 overgenomen door haar Antwerpse concurrent MINERVA die in de fabrieken aan de Jan Breydelstraat een onderdelenmagazijn en een herstellingswerkplaats vestigde.

Wikipedia

RUHL (S.A. des Automobiles Ruhl)     1901 – 1909
rue Neufmoulin 17, Dison – Verviers

Adolphe RUHL werd geboren in Verviers in 1866. Hij begon in 1896 zijn industriële activiteiten toen hij zich associeerde met Jean-Jacques GROSS voor de fabricage van stoommachines, locomotieven voor de privé industrie en onderdelen voor weefgetouwen. Deze samenwerking was van korte duur. RUHL, die geïnteresseerd was in de eerste ontwikkelingen van de automobielnijverheid ontwierp plannen voor een kleine wagen en deponeerde in 1899 en 1900 octrooien voor een nieuwe methode om verbrandingsmotoren te regelen en een overbrengingsmechanisme voor de aandrijfwielen

Nadat hij voldoende kapitaal vergaard had richtte hij op 19 juli 1901 in Verviers de “Société Anonyme des Automobiles RUHL” op, waarin hij zijn materieel, tekeningen en octrooien inbracht. Vanaf 1902 installeerde hij zijn fabrieken in Dison nabij Verviers en produceerde enkele motorfietsen vooraleer zich uitsluitend met auto’s en de perfectionering van motoren bezig te houden. In 1903 werd in zijn fabriek een limousine gebouwd met 6 zitplaatsen, 18 pk en voorzien van drie remmen.

Op het derde Salon van de Auto, Motorfiets en Fiets in 1904 presenteerde RUHL twee vooruitstrevende wagens, een 14 pk met drieversnellingsbak en een 24 pk met een vierversnellingsbak, beiden met een cardanoverbrenging. In 1905 verliet een 40 pk wagen de fabriek van Dison. De wagens werden aangeboden met verschillende opties. De RUHL auto’s kenden een mooi commerciëel succes in België en namen aan verschillende wedstrijden deel waar ze eervolle resultaten behaalden (Reglmatigheidscriterium in Spa in 1906 en 1907, Beker van de Maas en Criterium van Oostende in 1907, Beker van Spa in 1908).

Eind 1908 onderging de firma RUHL, zoals andere Vervierse bedrijven, de gevolgen van de crash van de bank MODERA. Vers kapitaal werd niet gevonden en door de druk om leningen terug te betalen stopte de S.A. des Automobiles RUHL haar activiteiten en ging in liquidatie in april 1909. De vooraden van de onderneming werden via een openbare verkoop verspreid en de geruïneerde Adolphe RUHL eindigde zijn leven in armoede. De auto’s van RUHL behaalden nog enkele successen in snelheidswedstrijden en elegantiewedstrijden.

RUMPF (Société le Progrès Industriel)     1899 –1901
Kruisvaartenstraat 14, Brussel

Naast zijn bedrijf “Le Progrès Industriel”, dat opgericht was om machines, gereedschappen, motoren en onderdelen te maken voor andere constructeurs, richtte Martin RUMPF een tweede bedrijf op, de “Société Belge pour l’Exploitation des Automobiles Système RUMPF Fils”. Verschillende modellen met kettingaandrijving en vierversnellingsbak stonden op het productieprogramma: 5 pk, 7 pk en 14 pk.

De motoren moesten gemaakt worden door “Le Progrès Industriel” en de carrosserieën door d’IETEREN FRERES. In 1900 werd een productie van een honderdtal RUMPF wagens voorzien maar dit doel werd niet bereikt. Volgens carrosseriebouwer Lucien d’IETEREN werden deze auto’s beschouwd als uitermate gevaarlijk: ze waren uitgerust met een omgekeerd stuursysteem, men moest het stuurwiel naar links draaien om de auto naar rechts te sturen en omgekeerd. Het was dus niet verwonderlijk dat dit merk verdween in 1901.